GetallenreeksenMaak de reeks af: sprongen van 2, 5, 10 of meer, vooruit en terug. HonderdveldVul de ontbrekende getallen in het honderdveld in: van 1 tot 100 of verder. GetallenlijnWelk getal hoort bij het streepje? Getallenlijnen met sprongen van 1 tot 100. Groter, kleiner of gelijkVergelijk twee getallen en zet het juiste teken: <, > of =. Schatten en afrondenRond af op tientallen, honderdtallen of duizendtallen, en schat de uitkomst. Getallen ordenenZet de getallen op volgorde, van klein naar groot of van groot naar klein. Tientallen en eenhedenHoeveel is het? Tel de staven en blokjes (MAB) of splits getallen in honderdtallen, tientallen en eenheden.
Rekenen
Tellen, plus en min, tafels, breuken, klok, geld en meten.
40 werkbladen
Getallen en tellen
Plus, min en tafels
SommenbladPlus en min, met of zonder tientaloverschrijding. TafelsommenKies zelf welke tafels je oefent. TafeldoolhofZoek de weg door het doolhof via de uitkomsten van één tafel. Magisch vierkantVul het magisch vierkant aan: elke rij, kolom en diagonaal heeft dezelfde som. RekenpiramidesElke steen is de som van de twee stenen eronder. Vul de lege stenen in. RekenkettingReken stap voor stap: start → +3 → ×2 → −4 → … KruisgetalpuzzelEen kruiswoordpuzzel met sommen: reken uit en zet de cijfers in de vakjes. StipsommenWelk getal ontbreekt? 3 + … = 7 en 9 − … = 4. DeelsommenDeelsommen uit de tafels, met of zonder rest. TempotoetsZoveel mogelijk sommen in één minuut: plus, min, keer of gemengd. Verliefde hartenVerbind de getallen die samen 10, 20 of 100 maken. Cijferend rekenenOnder elkaar optellen, aftrekken en vermenigvuldigen.
Tijd, geld en meten
Maten omrekenenReken lengte, gewicht en inhoud om: van km naar m, van g naar kg, van l naar ml. KlokkijkenLees de klok of teken de wijzers: hele uren, halve uren, kwartieren of per vijf minuten. Analoog en digitaalZet de tijd op de klok om naar digitale tijd, of andersom. Geld tellenTel de munten en briefjes: hoeveel geld is het samen? TijdsduurHoe lang duurt het van … tot …? Reken met uren en minuten. WisselgeldJe betaalt met een briefje: hoeveel krijg je terug? KalenderopdrachtenVragen over dagen, weken en maanden. Maandkalender invullenVul de datums in de maandkalender in en beantwoord de vragen. Datum vooruit en terugWelke datum is het 10 dagen na 25 mei? Reken vooruit en terug met de kalender. Dagen tussen twee datumsHoeveel dagen is het van 3 maart tot en met 17 april? Tel met de echte lengte van de maanden. Weken en dagen3 weken en 4 dagen is hoeveel dagen? En 45 dagen is hoeveel weken? Reken om. Maanden, kwartalen en jarenReken om tussen maanden, kwartalen, halve jaren, jaren, decennia en eeuwen. Leeftijd uitrekenenHoe oud is iemand op een datum, wie is ouder en hoeveel scheelt het?
Meetkunde en grafieken
SpiegelenMaak de tekening af langs de spiegellijn: kleur de vakjes in spiegelbeeld. RoostertekeningTeken het voorbeeld na in het lege rooster, vakje voor vakje. BlokkenbouwselsHoeveel blokjes zijn het? Tel de blokjes van elk bouwsel. GrafiekenLees een staafgrafiek en beantwoord vragen, of teken zelf de staven bij een tabel. Route op de plattegrondVolg de route over de plattegrond: hoeveel vakjes naar rechts, links, omhoog of omlaag? Waar kom je uit? Omtrek en oppervlakteReken de omtrek en de oppervlakte uit van figuren op ruitjespapier.