ProcentenReken procenten uit: 25% van 80, of hoeveel procent 15 van 60 is. Maten omrekenenReken lengte, gewicht en inhoud om: van km naar m, van g naar kg, van l naar ml. Breuken vergelijken en vereenvoudigenWelke breuk is groter? En hoe schrijf je een breuk zo eenvoudig mogelijk? Breuken optellen en aftrekkenBreuken optellen en aftrekken, met gelijke of ongelijke noemers. KommagetallenRekenen met kommagetallen en ze plaatsen op de getallenlijn. TempotoetsZoveel mogelijk sommen in één minuut: plus, min, keer of gemengd. VerhoudingstabellenVul de verhoudingstabel in: prijzen, recepten en afstanden. TijdsduurHoe lang duurt het van … tot …? Reken met uren en minuten. GrafiekenLees een staafgrafiek en beantwoord vragen, of teken zelf de staven bij een tabel. Cijferend rekenenOnder elkaar optellen, aftrekken en vermenigvuldigen. Omtrek en oppervlakteReken de omtrek en de oppervlakte uit van figuren op ruitjespapier. Dagen tussen twee datumsHoeveel dagen is het van 3 maart tot en met 17 april? Tel met de echte lengte van de maanden. Leeftijd uitrekenenHoe oud is iemand op een datum, wie is ouder en hoeveel scheelt het? SchrikkeljarenIs 2028 een schrikkeljaar? Hoeveel dagen heeft februari? Oefen de regel. Tijdlijn en eeuwenZet jaartallen op de tijdlijn, zoek de eeuw van een jaar en reken de jaren ertussen uit. Rooster en planningHoeveel dagen en nachten duurt het kamp? Op welke datum is de laatste dag? Plan met de kalender. Jaartallen in Romeinse cijfersMCMXCIV is 1994: lees en schrijf jaartallen in Romeinse cijfers.
Alle werkbladen
Werkbladen op maat voor groep 1 tot en met 8: jij kiest het niveau en de inhoud, wij maken het blad.
24 werkbladen
Rekenen
Taal
WerkwoordspellingVervoeg werkwoorden in de tegenwoordige tijd, verleden tijd en als voltooid deelwoord. Engelse woordjesOefen Engelse woordjes met je eigen woordenlijst: van Nederlands naar Engels of andersom. Woordpakket-oefenbladKijk, bedek, schrijf en controleer: oefen je eigen woordpakket. GatentekstEen tekst met gaten: vul de ontbrekende woorden in, met of zonder woordenkader. WoordsoortenBenoem de woordsoorten: zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord en meer. ZinsontledingOntleed zinnen: persoonsvorm, onderwerp, gezegde en voorwerpen.